Historie van een stukje grond door Herman Olthof


Aan het eind van de negentiende eeuw lagen tussen Den Haag, Scheveningen en Loosduinen uitgestrekte duingebieden, landbouwgronden en weilanden. Je kon vanaf de bovenste verdieping van de laatste Haagse woningen aan de Conradkade over de duinen de Oude Kerk in Scheveningen zien.

Een groot deel van dit gebied was eigendom van Adriaan Goekoop. Adriaan was telg uit een oud geslacht uit Goedereede. Daar bezat de familie sinds meer dan twee eeuwen uitgebreide landgoederen. Een jaar na de geboorte van Adriaan in 1860 verhuisde het gezin naar Den Haag, Alexanderstraat 17, op de hoek van Plein 1813. Daar bracht Adriaan zijn jeugd door. Terwijl zijn vader uitsluitend interesse had in handelsspeculaties, bezat zijn zoon een bredere kijk op de wereld. Hij vermeerderde zijn bezittingen door verstandige en slimme aankopen. Hij deed belangrijke schenkingen aan de stad Den Haag, onder meer de grond voor de Regentessekerk, het Volks- en Schoolbad en het Gymnasium Haganum (de tuin van zijn woonhuis!).

Het perceel waarop nu Emma's Hof is gelegen, verkocht Goekoop begin vorige eeuw aan Nicolaas Johannes Boon. Boon was directeur van een bouwmaatschappij. In feite bepaalde een kleine groep huizenbouwers, waaronder Boon, hoe het groeiende Den Haag er uit ging zien. De gemeente had juridisch geen invloed op deze uitbreidingsplannen. Zij mocht geen stratenplan opleggen aan projectontwikkelaars. Goekoop had voor de nieuwe wijk het Regentessekwartier het stratenplan opgesteld. Daarbij volgde hij grotendeels de oude verkaveling van sloten en wegen. Onder invloed van de directeur van de nieuwe Dienst Gemeentewerken, I. A. Lindo, kwam in een gewijzigd plan voor het eerst een diagonale straat: de Regentesselaan. "Een schone boulevard met talrijke zijstraten", zoals het jaarboekje van Die Haghe vermeldt.

Nicolaas Boon liet in de jaren daarna een groot aantal woningen bouwen onder meer aan de Galileïstraat en de Beeklaan. Vanuit zijn woning aan de Laan van Meerdervoort 250 volgde hij de werkzaamheden op korte afstand. In 1916 verkocht hij aan het R.K. Kerkbestuur St. Agnes "een poort, bovenwoning, plaats en kantoor" aan de Beeklaan 267, met een tweede toegang aan de Galileïstraat 36.

De nog jonge Agnesgemeente ontkwam niet aan de euforie die de snel aantrekkende economie na de Eerste Wereldoorlog met zich meebracht. Alles leek mogelijk om de groeiende jonge kerkelijke gemeente te ontwikkelen. Op het terrein aan de Beeklaan en de daar gelegen kegelbaan moest een patronaatsgebouw komen dat als centrum kon dienen voor het parochiële leven. Alle verenigingen zouden hier onderdak vinden en ook de jeugd zou erin worden ondergebracht. Verder dacht men aan het geven van uitvoeringen, lezingen, kunst en amusement.

Op 31 maart 1921 werd het Patronaatsgebouw St. Agnes door de Deken van Den Haag ingewijd. Voor nog geen anderhalve ton (guldens!) was een juweel van een parochiehuis gerealiseerd. Er was een toneel en een feestzaal, , een buffet en garderobe.

Een compleet ingericht theater derhalve. Verder waren er een gymnastieklokaal, een kegelbaan, een kantoor voor de maatschappelijk werkster en vergaderruimten. 

Maar na 4 jaar overtroffen de uitgaven de inkomsten. Uit alles bleek dat het nieuwe parochiehuis niet de 'gouden greep' was, zoals men zich had voorgesteld. De parochianen lieten het lelijk afweten, hun financiële bijdragen vielen ernstig tegen. Ten einde raad besloot men in 1927 het gebouw te verpach­ten. Dat bracht voor de kerk aanvankelijk een batig saldo op. Maar na verloop van tijd staakte de pachter zijn betalingen, waardoor het kerkbestuur weer voor alle lasten moest opdraaien. Tot overmaat van ramp trok de gemeente de subsidie in voor een kookschool en een wasinrichting van het eveneens in dat gebouw gevestigde meisjespatronaat. De kookschool, de wasinrichting en ook de kegelbanen moesten verdwijnen.

Een volgende klap was de beëindiging van het gymnastiekonderwijs in het gebouw. In de lagere scholen werden moderne gymnastieklokalen ingericht. De parochie bleef zitten met een kostbare installatie die nog niet was afgeschreven. In de jaren daarna sukkelt men verder met incidenteel verhuur. Maar het Patronaatsgebouw hing als een molensteen om de nek van de kerkelijke gemeenschap.

In 1933 gaf de bisschop van Haarlem toestemming het gebouw te verkopen. Tien jaar lang is het Kerkbestuur vervolgens bezig geweest om het kwijt te raken. De oorlogsjaren leverden een korte onderbreking. In november 1939 werden er voor enkele maanden 210 militairen van het Regiment Jagers in gelegerd. Na afloop bleek een flink aantal glazen, kop en schotels te zijn verdwenen. Korte tijd was er een uitdeelpost van de gaarkeuken gevestigd. Na de capitulatie werd het gebouw voor twee maanden verhuurd aan het Bureau Opbouwdienst van het Ministerie van Defensie. Daarna trok het Maatschappelijk Hulpbetoon van de gemeente Den Haag erin. Ten slotte werd het gebouw in 1943 verkocht aan de Vereniging Hersteld Apostolische Zendingsgemeente in de Eenheid der Apostelen in Nederland en Koloniën. De vereniging bleef eigenaar tot 1975 .

In 1975 kocht John Kristalijn het pand. Hij maakte van het gebouw een magazijn voor zijn elektrotechnische groothandel Elar.

Kristalijn had zijn hart verpand aan de bokssport. Hij bokste een paar jaar als amateur en begon in 1969 als trainer. Het oude patronaatsgebouw was een prima plek voor zijn boksschool. Hij verhuisde met zijn school van de Dunne Bierkade naar de Galileïstraat. Zijn school kreeg grote bekendheid in Nederland en bracht de ene na de andere kampioen voort.

Begin 2008 werd het patronaatsgebouw aangekocht door de projectontwikkelaar Timpaan Hoofddorp BV. Timpaan wilde er twaalf woningen bouwen. Dankzij een buurtinitiatief is het heel anders gelopen. Op 15 februari 2010 werd de stichting Stadstuin Emma's Hof eigenaar van het terrein en het gebouw.

En de rest van de historie ? .........Die ligt voor u!